Begeleiding
Hij volgt de tomtom,die zo ongeveerelke dagverkeerde aanwijzingen geeft.“We zijn in Nederland.Je kunt hierop de borden rijden.” Hij heeft drie dagenvoor de vakantiegangers gekookt,nu is zij aan de beurt.“De grote pit kun je niet gebruiken,de vlammen slaan onderde pan vandaan.”“Dan draai je ‘m toch niethelemaal open.” Of de vakantiegangersiets merken van dewrijving tussen de begeleiders?Nee …