Vakantiemannen
I “Wat een vormeloze jurk.”“Dat valt reuze mee.”Ze trekt de jurk uiten laat zien dat ze gelijk heeft.‘Zeur’, denkt ze. II “Waarom verschijn jij elke dag op slippers?Het zijn zelfs Crocs.”“Omdat het vakantie is,omdat het er weer voor is,omdat ik er uren op kan lopen.”‘Zeur’, denkt ze. III Ze trekt ondergoed aan,onzichtbaar onder een dun …